Les news

La Belle et la Bête - discours d'Els Ampe à l'occasion de la fête flamande du 11 juillet 2017 (uniquement en néerlandais)







Speech 11 juliviering 2017 – Els Ampe – Stadhuis Brussel

Mijnheer de voorzitter, monsieur le Premier ministre, mijnheer de minister-president, dames en heren ministers, dames en heren parlementsleden en partijvoorzitters,

Mesdames et messieurs,

Chers invités,

 

Liebe gäste,

Dear European friends,

Welkom. Bienvenue.

Welkom in dit prachtige gebouw,

een monument uit onze geschiedenis.

Hier ontstond ons land,

hier werden partijen opgericht,

hier werden beslissingen genomen waarover we later in de schoolboeken lazen.

Hier bouwen we ook de toekomst.

 

Ik zou u zoveel kunnen vertellen over de geschiedenis van dit gebouw en u nadien beleefd een glas aanbieden zoals het een goede gastvrouw betaamt, 

 

Maar laten we eerlijk zijn, 

dit is geen moment voor schone schijn.

 

Wees gerust, u krijgt straks wel een glas.

 

De voorbije weken is onder deze gotische gewelven veel gebeurd. 

Hier niet even bij stil staan, zou ongepast zijn.

Laten we dus open zijn.

Dit stadhuis stond de laatste tijd niet omwille van de juiste redenen in de belangstelling. 

 

Er zijn de voorbije weken harde woorden gevallen. 

Er zijn wonden geslagen. 

Maar wonden genezen. 

We zijn het onszelf verplicht om ons te verenigen en orde op zaken te stellen. 

De uitdagingen waar we vandaag voor staan, zijn niet louter van technische aard.

Het zijn morele uitdagingen die voortkomen uit normvervaging, hebzucht en ijdelheid.

 

Het is te makkelijk om te doen alsof normvervaging het probleem is van de buren.

De Brusselse gemeenteraad trok het gordijn op waarachter zich een diepe systeemcrisis verstopt: een ons-kent-ons-verhaal dat in elk politiek bestel sluimert en hier zijn diepe wortels blootlegde. 

Dat doek is nu gevallen. 

 

Ik heb de lenteschoonmaak mee ingezet.

De mandatenopkuis in Brussel is het werk van meerderheid én oppositie. 

De politieke partijen verenigd.

Een nieuw hoofdstuk waarin we met het vergrootglas van onze buurman naar onszelf durven kijken.

 

Dames en heren,

 

De Franstalige schrijver Charles De Coster zette in 1867 een rebelse Vlaamse held neer: Tijl Uilenspiegel, het voorbeeld van een man voor wie een gezagsargument geen argument is.

In één van zijn verhalen komt Keizer Karel op bezoek in Oudenaarde. 

Tijl is poortwachter en moet ervoor zorgen dat de poort openstaat voor de Keizer. 

Die verwacht dat hij via de grote poort en eervol wordt ontvangen.

De burgemeester voelt zich ongemakkelijk bij die grote verantwoordelijkheid en geeft Tijl een bril om de Keizer beter te zien aankomen. 

Tijl verzuimt echter om Keizer Karel onder luid trompetgeschal aan te kondigen. 

Het onvermijdelijke gebeurt: de Keizer komt voor een gesloten poort te staan. 

Ontstemd zegt Keizer Karel tegen Tijl:

‘blind verken, herkent gij uwen keizer niet?’

Waarop Tijl hem antwoordt dat de meest vergulde verkens niet altijd de kleinste zijn.

Keizer Karel is woest en wil de burgemeester, de verantwoordelijke, laten ophangen. 

Maar die wijst naar Tijl. 

Hij was het die zijn werk niet deed, terwijl hij nog zo’n goede bril van hem had gekregen. 

Het volk neemt het op voor Tijl. 

Keizer Karel stemt uiteindelijk in met een deal: als Tijl hem iets kan vragen dat onmogelijk is wordt hij gespaard. Anders…

Tijl vraagt de Keizer het volgende:

‘dat gij mijnen mond komt kussen met denwelken ik geen Vlaamsch spreke…’

De Keizer barst in lachen uit, want Tijls vraag is onmogelijk. 

En hij wordt gespaard. 

Maar met de burgemeester, die zijn verantwoordelijkheid had weggeschoven, heeft de Keizer nog een eitje te pellen.

Keizer Karel zet de burgemeester een bril op, niet op zijn neus maar op zijn achterhoofd. 

En daarover zegt de Keizer:

‘Als hij van voren niet ziet, dat hij dan vanachter ziet.’

En zo komt het, althans volgend deze legende, dat de bril werd opgenomen in het wapenschild van Oudenaarde.

Een stad die net zoals een Brussel een flamboyant gotisch stadhuis heeft.

 

Dames en heren,

 

Elk gesprek sterft als we naar onszelf kijken door een roze bril en naar een ander door een boze bril. 

 

Ieder moet zijn verantwoordelijkheid op zich durven nemen.

Een gesprek start pas als we elkaar in de ogen kijken.

 

Soms moeten we onszelf verplichten om onze bril op te zetten.

Wij Vlamingen moeten niet weglopen van Brussel.

Vlamingen spelen een belangrijke rol in Brussel.

Het heeft geen zin andere Vlamingen als slechte Vlaming aan te wijzen.

Anno 2017 staan we verder dan dat. 

Onze slachtofferrol is uitgespeeld. 

Tijd om te tonen dat we goed in ons vel zitten. 

Tijd om ongeneerd Nederlands te spreken in Brussel, niet zozeer als politiek statement maar omdat het Nederlands zo’n prachtige taal is waarvan we allen houden. 

 

Wie volwassen wordt, komt vanonder de rok van zijn moeder uit.

En trotseert de pestkoppen van de klas door ze recht in de ogen te kijken,

door ze met opgeheven hoofd van antwoord te dienen.

 

Het overvalt me soms dat ik heimwee heb naar de democratie van de toekomst, 

de democratie uit mijn jeugddromen.
Ik ben zeker niet de enige in deze zaal.

Wie hier vandaag zit, heeft zijn geloof in de mens niet verloren. 

Wie hier zit, keerde de democratie de rug niet toe.

Laat het me met de woorden van Obama zeggen:

De mensen hebben ons niet gekozen om het status-quo te verdedigen.

Maar om op te komen voor wat rechtvaardig is.

En om het status-quo, als dat oneerlijk is, dooreen te schudden.

Dàt is voor mij democratie.

 

De macht van onze democratie ligt niet in de hoogte van de vergoedingen, niet in de status van de politici.

Maar in ons hart, onze toewijding en de overtuiging dat hogere idealen van vrijheid, gelijkheid en broederlijkheid bereikbaar zijn.

 

Laten we geloven dat het kan. 

 

Omdat het onze plicht is om de burgers te dienen.

Omdat onze hoofdstad geen eiland is, 

maar een ontmoetingsplek voor ons allen.

 

Welke ondernemer, welke kunstenaar, welke sportman heeft ooit bakens verzet door op te geven? 

‘Voesj doen’, zeggen wij in Brussel.

‘Tes nog ni al naar de wuppe, doe moa voort’, spreken de West-Vlamingen.

 

Dames en heren,

 

Brussel is de schone én het beest. 

Brussel is niet het makkelijkste lief maar makkelijke lieven verbluffen niet.

Durf haar te omarmen.

 

We reizen naar hoofdsteden in alle hoeken van Europa. 

Je kan me niet vertellen dat een treinticketje naar de hoofdstad een station te ver is. 

Sinds dit jaar hebben we op het mooiste plein ter wereld, onze Grote Markt, een kleurrijk en feeëriek lichtspel. 

Miljoenen Japanners en Chinezen namen er al fier hun Brusselse selfies. 

Ze komen naar Brussel om het Atomium te zien, omdat de bolhoed van Magritte hier werd getekend, de Smurfen hier geboren zijn en om te gluren naar de naakte vrouwen van Delvaux. 

Ze verwonderen zich over Breugels toren van Babel en de krulletjes van Horta. 

Misschien verdwalen ze net zoals Johan Verminnen in de Brusselse straten, in hun kroegen, brasseries of toprestaurants.

Volgend jaar krijgen de centrumlanen een make-over. 

En het museum voor Moderne Kunst is onderweg.

 

Ik nodig alle Vlamingen uit om dit Brussel te ontdekken. 

 

En we beginnen vandaag. 

Ik wens alle Vlamingen een fijne feestdag in hun hoofdstad.

Brussel danst.

Alors on danse!

 

Ik dank u.

 

Els Ampe

11.07.17