Les news

Het nieuwe deken is ambitieus







Speech 11 juliviering 2018 – Els Ampe – Stadhuis Brussel

Dames en heren,

Dank u mijnheer de burgemeester.

Ik kan me niet herinneren dat er hier ooit de burgemeester van Stad Brussel op 11 juli aanwezig was.

Laat dit een keerpunt zijn voor de Nederlandstaligen in Brussel.

Wat ik me afvroeg: doe je dat voor mij of is dat uw afscheidsgeschenk aan Jan Peumans?

Mijnheer de burgemeester, weet u nog waar u was dit jaar op 2 juli om kwart na negen ‘s avonds?

Ik zal u helpen.

Het was de dag waarop de Rode Duivels tegen Japan speelden. En op dat moment was het net 0-2.

Ja, we stonden flink achter.

Maar we hebben gezien wat er mogelijk is wanneer een ploeg gelooft dat ze kan winnen.

Ook in Brussel was het lange tijd 0-2. Hoewel Brussel meer dan honderd jaar lang de parel aan de Belgische kroon was, ging het steil bergaf met de stad. En dat sinds de jaren ‘80. Terwijl onze Vlaamse oma’s nog in Brussel kwamen winkelen in de jaren ‘60, deden onze tantes dat niet meer in de jaren ’90. Brusselaars vluchtten naar de rand. Het Nederlands werd steeds minder gesproken. Het werd stil en donker in het centrum. Maar, kijk nu naar de centrale lanen. Een klein stuk is heraangelegd. Mussen fluiten tussen de pas aangeplante olmen. Nieuwe winkels zoals de Standaard Boekhandel vestigen er zich. Nooit spraken meer Brusselaars het Nederlands. De Nederlandstalige scholen zitten vol. De lessen Nederlands zitten vol. De kiem is er. Het gaat lukken.

We stonden achter maar zijn blijven geloven dat het kan.

Dit is ons Rode Duivel-moment.

Het wordt tijd dat Brussel -net zoals de Rode Duivels- mensen verbindt.

Het wordt tijd dat Brussel de etalage wordt van alle Belgen, niet alleen van de Brusselaars maar ook van de Vlamingen en de Walen en de Duitstaligen.

Tijd dat Brussel verbindt door een trots die we allen voelen voor de hoofdstad, niet omdat de ene of de andere er aan de macht is, wél omdat we er ons allen welkom voelen.

Brussel is een inspiratiebron. Ze verwelkomde dit jaar het ene boek na het andere: de poëzie van stadsdichter Jan Smeken en een boek over de Belgische voetbalgeschiedenis.

En gisteren nog een thriller: De Zevende Macht.

In al deze verhalen komen helden op voor een ander.

De voorbije jaren hebben we steeds meer mooie voorbeelden gezien van mensen die opkomen voor de ander.

Mannen die feminist worden.

Blanken die voor zwarten kiezen.

Franstaligen die het Nederlands promoten.

Het is pas mogelijk als je erin gelooft.

Ik hoor sommigen zeggen: het kan niet meer.

Voor Brussel is te laat.

Tegen hen zeg ik: waar waren jullie om 21u30 op 2 juli?

Het kon. Het was niet te laat.

Een ploeg die geloofde dat het wél kon heeft het gewoon gedaan.

Gisteren speelden de Rode Duivels opnieuw. Nederlandstaligen en Franstaligen, zwart en wit, jong en oud. We stonden allemaal achter hen.

Ze wonnen niet maar ze zijn voor ’t eerst sinds de jaren ’80 bij de eerste vier van de wereld. Ze versloegen Brazilië.

Laat ons niet vergeten dat we Frankrijk al versloegen op 11 juli 1302. Dat brengt ons hier vandaag samen.

We zijn in Brussel vaak te weinig ambitieus.

We zijn te weinig Lukaku, die na de match tegen Japan zei dat het tijd was om nog ambitieuzer te zijn.

We zijn te weinig De Bruyne die het na de match kort hield, en zei: we moeten gewoon nog drie keer winnen.

Toen daar vraagtekens bij geplaatst werden zei Jan Mulder -een Nederlander- ‘dat is het oude denken’.

Het nieuwe denken is ambitieus en durft. Dat is wat we ook in Brussel nodig hebben.

De Rode Duivels joegen de kanaries het veld af.

Het eerste kunstwerk op de maan is er één van de Belg.

Zelfs de uitvinder van het Godsdeeltje komt uit ons land.

Eén tegenvaller is geen eindpunt maar een nieuw begin.

Leve Vlaanderen.

Leve Brussel.

Leve de Rode Duivels.

Bedankt.

Els Ampe