Nieuws

Schijnzelfstandigheid vermijden bij openbare aanbestedingen




Mondelinge vraag aan de heer Bruno De Lille, staatssecretaris van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, bevoegd voor Mobiliteit, Openbaar Ambt, Gelijke Kansen en Administratieve Vereenvoudiging betreffende de aanbestedingen van het Brussels Gewest voor administratieve ondersteuning.

Via aanbestedingen realiseren derden projecten voor de regionale overheid. Ik heb daar op zich geen probleem mee. Tenminste als er een nood aan is en als er een degelijke kwaliteitsopvolging van het Gewest tegenover staat. Dat maakt onze gewest mooier, efficiënter en aangenamer.

Uit twee recente aanbestedingen van de Directie Administratieve Ondersteuning  blijkt dat echter niet het geval te zijn. Ik heb het dan onder meer over de opdracht van bijstand bij “het ontwerp van de wegbebakening en de plannen verbonden aan de heraanleg van de fietspaden” en bij “de studie en de uitvoering van de wegbebakening en de plannen verbonden aan de heraanleg van de fietspaden” in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest.

Uit deze twee aanbestedingen, blijkt dat dit gaat over de nood aan drie extra tijdelijke personeelsleden voor in het Ministerie van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, zijnde twee technische tekenaars en één assistent projectleider.

Enkele van de basisopdrachten van Mobiel Brussel zijn: het beheer van mobiliteitsprojecten, de vernieuwing en het onderhoud van de openbare ruimte en de gewestwegen.

Ik stel mij dan onmiddellijk de vraag of er al niet voldoende gekwalificeerde personeelsleden in dienst zijn die deze missies kunnen uitvoeren (ontwerpen, plannen en studies maken en de uitvoering ervan na te kijken). Het is toch frappant dat er via een aanbesteding tijdelijk personeelsleden moeten worden aangeworven om een dagelijkse functie in de directie “Projecten en Werken inzake Weginrichtingen” van Mobiel Brussel voor de periode van minimum een jaar te bekleden. Dit terwijl meer dan 500 mensen werken voor mobiel Brussel. Een slechte geest zou dit trouwens schijnzelfstandigen kunnen noemen.

Het huidig kader van Mobiel Brussel wou toch groot genoeg zijn om zo een opdracht te kunnen realiseren. De selectie door de administratie of door de SELOR zou toch de technische competenties van de aangeworven en statutaire benoemd ambtenaren hebben geëvalueerd.

In het geval van deze twee openbare aanbestedingen zijn de functies vaag omschreven, ontbreken precieze competentievereisten voor de sollicitanten en er is geen technische details over hoe ze de projecten zullen moeten realiseren, … Er wordt alleen een onbepaalde “laagste prijs” verwacht. Dit onduidelijkheid voegt nog een probleem toe aan het feit dat er nog extra personeelsleden bij komen in het Ministerie: schijnzelfstandigheid wordt door de overheid in haar eigen diensten gecreëerd.

Daarom zou ik u het volgende willen vragen:

  •  Hoeveel technische tekenaars en projectleiders werken nu voor Mobiel Brussel?
  •  Hoeveel mensen werken er momenteel in de administratie, aangeworven via degelijk systeem van openbare aanbesteding?
  •  Wat is het budget voorzien voor deze aanbestedingen?
  •  Waarom voorzien de aanbestedingen niet in meer details en kwaliteitseisen? Wat heeft het Gewest in het verleden gedaan om de aanbestedingen beter te omschrijven?

Antwoord

De vraag, de bespreking en het antwoord van de staatssecretaris kan u hier lezen.