Nieuws

Els Ampe pleit voor windmolenpark in het Brussels gewest



Mondelinge vraag van Mevrouw Els Ampe aan Mevrouw Evelyne Huytebroeck, Minister van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering, belast met Leefmilieu, Energie en Waterbeleid, Stadsvernieuwing, Brandbestrijding en Dringende Medische Hulp en Huisvesting, betreffende "de stand van zaken inzake de bouw van windmolenparken in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest".

Mevrouw Els Ampe.- In 2008 haalde ik reeds aan dat Vlaanderen en Wallonië volop aan het werken zijn aan een kader dat het mogelijk maakt voor ondernemingen om te investeren in windenergie; een hernieuwbare energie die onuitputtelijk is, losstaat van de brandstofprijzen en geen CO2 of andere schadelijke stoffen uitstoot. In die vragen stelde ik tevens ook een aantal plaatsen voor waar er een potentieel is aan windenergie en waar ondernemingen en particulieren kunnen investeren in windmolentypes die in een stad passen.
Ondertussen hebben uw diensten daarover een studie uitgevoerd en het resultaat werd gepubliceerd op 11 augustus 2009. Er werd daarover ook een infofiche gepubliceerd. Die studie toonde aan dat een aantal zones binnen het Brussels Gewest geschikt zijn voor de aanleg van windmolenparken met iets grotere windmolens, namelijk UZ Jette, de Heizel, de industriële zone grenzend aan Vilvoorde, de industriële zone Linkeroever (ter hoogte van de Van Praetbrug), Tour & Taxis, de ULB, de NATO, de Erasmussite, Zuidoost Anderlecht en de industriezone Vorst.
Desalniettemin toonde die studie ook aan dat heel wat van die zones gecontroleerd worden door Belgocontrol en dat er in heel wat zones sprake kan zijn van mogelijke verstoring van het luchtverkeer. In een aantal van de voorgestelde plaatsen, zoals bijvoorbeeld de NATO-site, lijkt mij dat zelfs evident.
De twee zones die buiten deze gecontroleerde zone vallen, zijn de Erasmussite en de industriezone Zuid. De studie geeft aan dat een aantal plaatsen officieel binnen de CTR van Belgocontrol op de grens van de 16,8 km-zone liggen. Daarover kan eventueel worden onderhandeld met Belgocontrol.
Verder staan in de studie eveneens een aantal plaatsen waar eventueel kleinere windmolens kunnen worden geplaatst. Het gaat dan bijvoorbeeld over de VRT/RTBF-site en een aantal stelplaatsen van de MIVB, bijvoorbeeld Delta.
In het kader van een langetermijnvisie kadert de studie het potentieel in windenergie tevens in een bundel van maatregelen en in gewestelijke en internationale ontwikkelingsplannen.
Tot mijn groot enthousiasme werd vorig jaar 'The Brussels Wind Energy Research Institute' of kortweg BruWind opgericht door de Vrije Universiteit Brussel, de Erasmushogeschool en de Université libre de Bruxelles. Ook het gewest verleent daaraan steun. Eén van de kerntaken is te onderzoeken waar en hoe windenergie een plaats kan krijgen in het Brussels Gewest.
Wat is de stand van zaken over de aanleg van windmolenparken in de door de studie aangeduide goedgekeurde zones Erasmus en Zuid?
Zijn de resultaten van de studie al doorgegeven aan de sector? Indien ja, heeft die al interesse getoond?
Wat is de stand van zaken met betrekking tot het overleg met Belgocontrol? Kunnen er nog een aantal zones vrij worden gemaakt?
Werden de VRT/RTBF en de MIVB al attent gemaakt op het feit dat hun site interessant kan zijn en wordt er overleg gepleegd over de opmaak van het richtschema?
Wat is de stand van zaken inzake de maatregelen en de Gewestelijke en Internationale Ontwikkelingsplannen voor de langetermijnvisie, waarvan sprake is in de studie?
Is er reeds een overleg geweest met het studiecentrum BruWind over de bevindingen van hun onderzoek?

U vindt de antwoord terug in de bijlage (PDF).


http://openvldbrussel.be/pdf/883_nl.pdf