Nieuws

Tussenkomst van Els Ampe op voorstel GPDO - commissie Ruimtelijke ordening




Mijnheer de Minister-president.

Ik moet toegeven dat toen wij vrijdag voor het krokusreces de kaart te zien kregen met de indeling van Brussel in zes zones: de West-Heuvels, de Zennevalei, het Centrum, zuid, Oostplateaus en Woluwedal, er in onze rangen, we hadden net een fractievergadering over de middag, een zeker enthousiasme heerste.  We herkenden in deze en de andere kaartjes onze eigen atlas die iets minder dan een jaar geleden voor wat georchestreerde opspraak zorgde, maar ook veel aandacht en bijval genoot.

Ik kom hier even op terug, omdat de reacties op uw voorstelling van die kaart, zeker aan Nederlandstalige kant, onmiddellijke een zeer negatieve en afwijzende richting ingingen en op zijn minst voor rare analyses zorgde. Ik maak dan ook gebruik van deze interpellatie over het GPDO om bij u af te toetsen of wij die kaart wel juist gelezen hebben.

Er zijn mij twee zaken opgevallen bij deze kaarten en de toelichting over die zes zones en de Brusselse “aire métropolitaine”:

  • Eén: het komend GPDO denkt na over de grote uitdagingen van Brussel: los van gemeentegrenzen, maar op basis van sociologische, economische, geografische, infrastructurele imperatieven, op basis van de valleien, van het kanaal, van de grote invalswegen en openbaarvervoerinfrastructuur.
  • Twéé: de kleurvlakken stopten niet aan de gewestgrenzen. Het GPDO wil dus de verdere ontwikkeling van ons Hoofdstedelijk Gewest niet los zien van de bredere regio waarbinnen ze gelegen is, noch los van de economische, sociale, realiteit rond Brussel en de infrastructuur rond en naar Brussel.  Er waren anderzijds wel ooit kaarten van de Vlaamse Gemeenschap over de Brusselse Rand waar Brussel gewoon een witte vlek was. Onbestaand dus.

Dat grensoverschrijdend denken over onze toekomst, zowel intern binnen het gewest, als extern naar de andere gewesten toe, lijkt mij een meer dan gezonde insteek, die ook de onze was toen we onze atlas maakten. Ik heb persoonlijk in die zes zones geen oproep tot zes nieuwe gemeenten gezien. Zoals ik in het doorlopen van die kleurvlakken buiten de gewestgrenzen geen annexatie van de rand heb gelezen.  Het is een beetje een ziekte in ons land en ons gewest om alles te herleiden tot institutionele discussies over grenzen en instellingen. Die discussies zijn niet onbelangrijk, maar er bestaat ook nog een realiteit daarbuiten die ook haar rechten heeft.

By the way. Toen u in 2009 het GPDO aankondigde, kondigde u gelijk ook aan dat het GPDO ook antwoorden moest geven op bijvoorbeeld de onderwijscapaciteit. Een gemeenschapsbevoegdheid dus. Net zoals het gezond is om over grenzen heen na te denken, kan het geen kwaad om over de grenzen van bevoegdheden heen na te denken.  Daarmee is het onderwijs nog niet geregionaliseerd. Gelukkig maar.

Dat we ten gepaste tijde, met de kennis die we hebben, ook de discussie over al dan niet fusies en over de institutionele invulling van de Brusselse Hoofdstedelijke Gemeenschap moeten voeren, spreekt voor zich, maar dit mag niet de inzet van het GPDO zijn. We zijn trouwens geen vurige voorstanders van fusies, wel van indien nodig grenscorrecties en een betere verdeling van bevoegdheden tussen het gewest en de gemeenten.

Anderzijds zijn we wel vurige voorstanders van een betere samenwerking binnen een Brussels Hoofdstedelijke Gemeenschap, “l’aire métropolitaine”, die men om tactische redenen trouwens beter “Metropool Brussels-Brabant” had genoemd om de wederkerigheid te onderstrepen.  Maar ik denk dat de beste weg daar naartoe is om pragmatische goede samenwerkingsverbanden op zeer concrete domeinen uit te werken, zoals Brabantnet bijvoorbeeld. Als het wederzijds vertrouwen groeit, zal de rest wel volgen.

Graag had ik gehad dat u ons zou kunnen geruststellen en dat het debat over het aangekondigde GPDO zal gaan over de grote uitdagingen voor ons gewest op het vlak van onderwijs, tewerkstelling, mobiliteit, huisvesting, armoedebestrijding en hoe we de demografische groei gaan verwerken.  Wat ons betreft gaat dit dus de goede richting uit qua kader voor het GPDO. Uiteraard wachten we op de teksten om ons ten gronde uit te spreken.