Nieuws

Tussenkomst op de Algemene Beleidsverklaring




    De algemene beleidsverklaring waarop Els tussen kwam is raadpleegbaar via deze link.

    In de ochtend Mevrouw Els Ampe.- Ik dank u voor uw antwoord, mijnheer de minister-president. Ik vind het goed dat het Parkeeragentschap in 2014 van start gaat en dat u Esplanade als randparking plant, maar ik vrees dat dat niet volstaat.

    U zegt dat uw visie erin bestaat om in meer randparkings aan de treinstations buiten het gewest te voorzien, maar ik vrees dat dat niet veel zal opleveren, omdat 80.000 pendelaars net uit die zone komen tussen de grote treinstations buiten de gewestgrenzen en die binnen de gewestgrenzen. De treinstations van Aalst, Denderleeuw, Leuven, Nijvel en Mechelen beschikken al over een parking. Dat probleem is dus opgelost maar toch rijden nog heel veel auto's het gewest binnen.

    Andere stations rond Brussel zoals Zaventem en Vilvoorde beschikken ook over een parking. Dat probleem is dus ook al opgelost. Wat vraagt u verder nog aan Vlaanderen? Voor Beersel of Ruisbroek is misschien nog wat te zeggen, maar Groot-Bijgaarden levert niet veel op. Daar moet men dan de bus naar het centrum nemen. Wie doet dat om vervolgens in Simonis nog eens over te stappen? In Zellik gaat men naar Bockstael om dan over te stappen naar het centrum. Dat neemt dertig minuten in beslag. Ik vrees dat dergelijke oplossingen niet zullen volstaan.

    Het is absoluut noodzakelijk om niet alleen aan Esplanade in een randparking te voorzien, maar ook andere randparkings aan te leggen in het noorden van het gewest. Dan kunnen mensen die van Wemmel of Merchtem naar Brussel pendelen, omdat er geen treinverbinding is, aan Esplanade of metrohalte Boudewijn overstappen op de metro. Er is nog een lange weg af te leggen. Ik hoop dat u zult rekening houden met mijn opmerkingen bij het uitstippelen van uw beleid.

    In de namiddag Mevrouw Els Ampe.- Ik feliciteer de minister- president met zijn blitse start 162 dagen geleden. Ook vandaag heb ik gehoord wat ik wilde horen. De minister-president beperkt zich in zijn verklaring niet alleen tot aankondigingen, hij somt ook een aantal concrete verwezenlijkingen op. In de eerste plaats is het niet onbelangrijk dat de begroting opnieuw in evenwicht is en zelfs met een licht overschot zal worden afgesloten. Dat is heel mooi na tijden van economische crisis. Op die manier gaat de Brusselse regering ook zijn engagement tegenover het federale niveau aan. De regering voert een gezond budgettair beleid. Dat is iets waar anderen heel vaak over praten, maar niet altijd in slagen. Proficiat met uw daadkracht.

    Een tweede verwezenlijking waarvoor de tekst al is
ingediend, is de afschaffing van de successierechten
op de gezinswoning. Dat is voor de langstlevende
partner heel belangrijk. Het voorstel was door de MR al herhaaldelijk ingediend. Het betreft immers een onrechtvaardige belasting die de mensen treft op een moment van groot verdriet. Die belasting wegwerken, is een manier om mensen die nu vaak op het einde van hun leven naar de kust verhuizen, in Brussel te houden. Vaak gaat het om mensen die consumeren en allerlei belastingen betalen. Door de afschaffing van de successierechten op de gezinswoning zal een deel van dat geld kunnen worden gerecupereerd.
    Een andere aankondiging die u in uw beleidsverklaring doet, is de oprichting van een werkgroep Fiscaliteit.
    Die was inderdaad dringend nodig. De werkgroep Fiscaliteit is zeer belangrijk, vooral omdat de fiscale inkomsten uit de personenbelastingen in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest de voorbije jaren zeer sterk zijn gedaald.
    In 1989 lag de gemiddelde personenbelasting in het Brussels Gewest ongeveer 13,75% hoger dan het Belgische gemiddelde, in 1996 was dat nog maar 0,81% hoger en sindsdien gaat het almaar bergaf. In 2000 lag de gemiddelde personenbelasting in Brussel 3% lager dan het Belgische gemiddelde, in 2005 10% lager, in 2010 14% lager en in 2012 17,9% lager. Ik hoop dat er een moment komt dat we de trend kunnen keren. Het mag en kan niet zijn dat Brussel, de hoofdstad van België en van Europa, de armste regio van het land is. Wij mogen dat niet aanvaarden. Een liberaal kan er zich niet bij neerleggen dat de rijken armer worden. Wij willen dat de armen rijker worden en dat de rijken in het gewest blijven. Dat is onze wens.
    Het is pijnlijk dat sommige werklozen geen baan vinden ofschoon de Brusselse overheid inspanningen levert. En als ze er uiteindelijk toch in slaagt hen werk te bezorgen, verhuizen ze naar de Rand en vloeien de inkomsten die hun tewerkstelling oplevert, naar de randgemeenten, terwijl de inspanningen van het Brussels Gewest komen. Dat is zeer pijnlijk en bezwaart onze toekomst.
    Het onderwijs heeft een verpletterende opdracht om jongeren klaar te stomen voor de arbeidsmarkt en niet voor de bedelstaf. Er is nood aan voorbeelden, aan mensen in de Brusselse wijken die het gemaakt hebben in het leven. Het volstaat niet om tegen een werkloze te zeggen dat hij als vuilnisman of straatveger kan gaan werken. Dat is zo ongeveer het laatste werk dat iemand wil doen, als er werkelijk niets anders overblijft. Sommige mensen voelen zich ook goed in dergelijke jobs. Op televisie ziet men soms mensen die aan een kuisverslaving lijden. Maar de eerlijkheid gebiedt me te zeggen dat de meerderheid van de mensen, ook de werklozen, meer ambitie heeft. Ook werklozen dromen van een comfortabel leven. Wij moeten hen helpen om die droom waar te maken.
    (Opmerkingen van mevrouw Roex)
    De mensen willen wel werken maar de mismatch op de arbeidsmarkt werd gisteren nog maar eens benadrukt door het VOKA. De groei is in Brussel hoger dan in Halle-Vilvoorde. Er is dus niet zo veel mis met de groei, maar wel met de mismatch tussen de mensen die geen baan vinden en de arbeidsmarkt. Wij hebben de opdracht om die mismatch recht te trekken.
    We moeten ook durven toegeven dat minder dan 20% van de Brusselaars meer dan 70% van de personenbelastingen betaalt. Dat is een grote discrepantie. Die groep van 20% is bijzonder gevoelig voor stadsvlucht. We moeten hen blijven charmeren en ervoor zorgen dat ze hier blijven en het gevoel hebben dat Brussel aangenaam en schoon is, en een stedelijk en aangenaam leefkader biedt. Ze mogen niet langer naar de Rand uitwijken.
    Wanneer kunnen we feedback van de werkgroep verwachten en in welke vorm?
    Net als in uw verklaring van 162 dagen geleden,
hebt u vandaag het belang van toerisme, openbare
netheid en grote projecten benadrukt. Ik ben het met
u eens dat toerisme het goud van Brussel is. We
zien steeds meer toeristen in het historisch centrum
van de stad. Binnenkort zullen ze overal met hun
smartphone of tablet informatie over historische
locaties kunnen downloaden. Tenminste, als ze
kunnen gebruikmaken van een betrouwbaar netwerk
dat niet voortdurend uitvalt, zoals nu vaak gebeurt,
en als ze ononderbroken kunnen bellen. Laten we
eerlijk zijn: Brussel heeft zich internationaal
belachelijk gemaakt met een veel te strenge norm
voor gsm-gebruik. Het gevolg was dat we meer dan
vijf plaatsen verloren in de rangschikking van
internationale zakensteden. Dat had ook te maken
met mobiliteit, maar het lag toch grotendeels aan de
slechte telecommunicatie. Vroeger stond België nochtans aan de top op het gebied van telecommunicatie.
    Ik hoop dan ook dat we binnenkort een akkoord kunnen bereiken, waardoor alle gsm-operatoren de komende jaren dankzij redelijke stralingsnormen een comfortabel netwerk kunnen uitbouwen dat zowel volstaat om gewoon te bellen (2G) als om te mailen, beelden te downloaden, televisie te kijken of informatie op te vragen over interessante locaties. In alle Europese hoofdsteden bedraagt de stralingsnorm 4 V/m. In Brussel is dat 3 V/m. Er is dus nog heel wat marge.
    Ik heb ook met veel belangstelling geluisterd naar uw wens om het samenwerkingsfederalisme te bevorderen. In het Brussels Hoofdstedelijk Gewest is niets minder belangrijk dan dat. Samenwerkingsfederalisme betekent dat de regio's onderling samenwerken en dat de federale overheid samenwerkt met de regio's. Het wil dus niet zeggen dat regio's de federale overheid met de vinger wijzen en de schuld geven van alles wat verkeerd loopt of dat de federale overheid haar wil oplegt aan de regio's. Samenwerkingsfederalisme betekent dat we samen aan de toekomst werken.
    Dat betekent ook dat belangenconflicten die worden ingeroepen, meer tot de kleuterklasmentaliteit behoren dan tot het samenwerkingsfederalisme. Op dat vlak zijn er ook hoopgevende berichten van buiten de politiek. Stromae sprak hartverwarmende woorden toen hij zijn optreden afsloot op het feest van de Fédération Wallonie-Bruxelles met de woorden: "Merci, het was een mooi feestje." Ik denk dat er op dat feest heel wat Nederlandstaligen aanwezig waren.
    (Opmerkingen van de minister-president)
    Een tijdje geleden vroeg mijn collega Carla Dejonghe al om de communicatie met Vlaanderen te verbeteren, omdat er daar nog altijd een heel negatief beeld van Brussel bestaat. Brussel is de stad van de werklozen, van de files, van de criminaliteit, van de vuiligheid, van de moeilijke structuren, van de incompetente politici en de baronieën.
    (Opmerkingen van staatssecretaris Rachid Madrane)
    Een aantal Vlaamse politici hangt regelmatig dit negatief beeld op. Het is belangrijk om de communicatie met Vlaanderen te verbeteren, maar ook met Wallonië, want ook daar begint het imago van Brussel te tanen. Brussel is de hoofdstad van België en veel federale beslissingen hebben een impact op Brussel. Het Brussels Gewest heeft geen andere keuze dan zich te verkopen in de andere regio's. Er zijn hoopgevende signalen. Zo zijn er bijvoorbeeld Vlaamse instanties die Brussel opnieuw als hoofdzetel ontdekken. V oka verhuist van Antwerpen naar Brussel en Vlerick Business School opende een campus in Brussel. We moeten dit als een opportuniteit zien om het Brussels Gewest beter te verkopen.
    Uiteraard zijn er ook grote aandachtspunten. Mobiliteit is wellicht de ergernis bij uitstek. V olgens het verkeersinformatieplatform Inrix is Brussel de meest filegevoelige stad ter wereld. Dat is niet echt iets om trots op te zijn. Het is belangrijk dat het gewest toont dat het in die rangschikking kan dalen en daarvoor maatregelen voorstelt. Uit statistieken over het verkeer en de vervoersmodi blijkt dat er meer voetgangers en fietsers zijn. Dat is heel positief. Maar ook het gemiddelde gebruik van de wagen sinds 2004 tot nu is hetzelfde gebleven. Het autoverkeer bleef stabiel.
    Dat is ook logisch, aangezien het aantal Brusselaars is gestegen en het gewest meer bezoekers onthaalt dan vroeger. Op zich is dat positief, maar de tijd die mensen in de file verliezen, is onproductief. In de file kan je niet werken, consumeren of quality time doorbrengen.
    Als we kijken naar het openbaar vervoer, merken we dat de reissnelheid van bussen, trams en metro's sinds 2004 is afgenomen, ondanks de programma's Vicom en Avanti. Dat is een probleem. Het openbaar vervoer moet immers een goed alternatief voor de auto bieden. Ik geef een voorbeeld. Vanochtend nam ik de metro. Gelukkig moest ik niet wachten, maar ik moest wel overstappen en nog een eindje lopen. In totaal heb ik 40 minuten gedaan over 3,3 kilometer. Dat is niet normaal. Volgens mijn iPhone zou ik er te voet even lang over doen, maar eerlijk gezegd heb ik daar om 6.30 uur 's ochtends geen zin in.
    (Opmerkingen)
    U zegt dat de fiets ook een optie is, maar mensen
hoeven zich niet te laten voorschrijven hoe ze zich in de stad moeten verplaatsen. Ze moeten die keuze vrij kunnen maken. Er zijn meerdere opties, maar het is niet normaal dat je er zo lang over doet met het openbaar vervoer en dat de reissnelheid is afgenomen ondanks alle investeringen in busstroken, trambeddingen enzovoort. Het probleem verdient aandacht.
    We merken ook dat veel lijnen van de MIVB het plafond van hun capaciteit hebben bereikt. Als je 's ochtends tram 3 neemt, die onder meer aan de haltes Beurs, Anneessens en Noordstation stopt, zit je met de andere passagiers op elkaar gepakt als haringen in een ton. Dat is niet bepaald een aangenaam alternatief voor de auto, waar je veel plaats hebt voor al je spullen. Als we willen dat mensen van het ene op het andere vervoersmiddel overschakelen, moeten we positieve maatregelen nemen, want men vangt meer vliegen met een lepel stroop dan met een vat azijn.
    Het is dan ook uiterst belangrijk om te kiezen voor de metro en de metrolijnen uit te breiden, zoals ook in andere steden gebeurt. In een metrostel kunnen immers 750 mensen worden vervoerd. De metro is op termijn ook rendabeler dan de tram of de bus. Aanvankelijk kost de aanleg zeer veel geld, maar als het Brusselse bevolkingscijfer met 200.000 eenheden toeneemt en als we willen dat het autoverkeer met 20% afneemt (wat neerkomt op 80.000 extra klanten voor het openbaar vervoer), kunnen we niet anders dan in de metro investeren.
    Wanneer zal het Parkeeragentschap trouwens werk maken van de noodzakelijke extra overstapparkings in het noorden van het Brussels Gewest?
    Het spreekt voor zich dat Brussel daarvoor zal moeten samenwerken met Vlaanderen, maar het is noodzakelijk dat er zo snel mogelijk nieuwe overstapparkings komen aan de eindhaltes van de metro- en tramlijnen, zodat mensen vlot kunnen overstappen.
    Wanneer zijn die overstapparkings gepland? Is er al een beslissing genomen over de locaties? Is er al geld voor uitgetrokken?
    Mijnheer de minister-president, u hebt ons overtuigd met een aantal concrete daden en u hebt zeer interessante zaken aangekondigd. Ik wens u veel succes met de uitvoering ervan. Hoewel er veel werk voor de boeg is, ben ik er zeker van dat u in
    uw opzet zult slagen.
    (Applaus bij Open Vld)