Nieuws

Opinie: Regulitis houdt digitale economie in houdgreep




Het ‘Uber-probleem’ deed nogal wat stof opwaaien. De Uberapp brengt mensen in contact zodat ze tegen betaling kunnen meerijden met iemand. In Nederland en Amerika  wel toegelaten, in Brussel en Berlijn verboden. Ook Djump wordt geweerd. In Frankrijk is het vergelijkbare Blablacar heel populair. De overheid weert Uber omdat ‘ze niet in de regelgeving passen’.  De ‘Ubercase’ is symptomatisch voor een véél groter probleem: onze wetgeving staat niet open voor vernieuwing én ons belastingssysteem vertoeft nog in het analoge tijdperk waardoor gelijke behandeling een probleem is. Door de globalisering en de snelheid waarmee de economie omschakelt naar een digitale variant wordt deze regulitis steeds zichtbaarder. Eigenlijk is het ‘sharen’ een heruitvinding van een oeroud concept: ruilhandel. Wanneer mensen met creatieve shareapps op de markt komen staat de overheid met de mond vol tanden. De ruilhandel is buiten de economische reglementering gevallen.

Er dient zich met andere woorden een nieuw uitgangspunt aan: alles wat we hebben en waar we tijdelijk geen gebruik van maken heeft toch een waarde. Het zou een economisch recht moeten zijn dat je als burger kan streven naar een efficiëntiemaximalisatie van je eigen goederen.
Een mooi voorbeeld hiervan is Airbnb. De online service die particulieren toelaat om een ongebruikte kamer in je huis ter beschikking te stellen van anderen - toeristen, buitenlandse stagiaires, enzovoort -  die in jouw buurt op zoek zijn naar een tijdelijk onderkomen.  Airbnb werd in Brussel verboden omdat ze ‘niet past in de hotelwetgeving’. Andere voorbeelden van zulke ‘deelsystemen’ zijn Liquid (het delen van (particuliere) fietsen), Getaround (delen van privéwagens), Fon (het delen van Wi-Finetwerk), enzovoort. Een voordeel aan elk van die services is het feit dat er geen logge administratie achter zit, maar dat ze werken via onlinesystemen en apps voor smartphones en tablets: dit maakt de systemen gebruiksvriendelijk en goedkoop, onder andere omwille van het wegvallen van de overheadkosten.

Allemaal fantastisch, natuurlijk! Maar er hangt in Europa een grote grijze wolk over deze vernieuwende vorm van economie: de wetgeving.
Of het nu over Europa, België, Vlaanderen of Brussel gaat:  vele overheden zijn in het zelfde bedje ziek; namelijk dat van regulitis en apathie. Apathie tegenover de noodzaak om onze belastingen te herbekijken zodat digitale en niet-digitale dienstverleners in een eerlijke markt kunnen spelen.
Regulitis als antwoord op elk risico of calamiteit die zich zou kunnen voordoen. Je krijgt het gevoel dat elk aspect van ons leven door de overheid moet en zal geregeld en bewaakt worden.
Niet alleen shareapps worden geweerd. Pawshake, een service waar particulieren “dog- of catsitten”,  wordt in België bemoeilijkt wegens de wet op hondenpensions, die het gebruik van kooien oplegt.
Maar kiezen individuen niet precies voor nieuwe initiatieven omdat ze beter willen dan  wat bestaat en op zoek zijn naar een betere prijs, een ander vorm van service of een flexibeler systeem?
‘Klant is koning’  is een handelaarswijsheid die ervoor zorgt dat elke handelaar streef naar klantentevredenheid. Een tevreden klant keert terug.
Het is een illusie om te denken dat een strikte regelgeving kwaliteit garandeert.  De kwaliteit blijkt uit wat een klant bereid is te betalen voor iets.

Versta mij niet verkeerd: regelgeving is weldegelijk nodig. Maar niet op de manier dat ze verstikkend werkt voor vernieuwing en vooruitgang.
Ik pleit daarom voor een “less is more” strategie. Laat ons werk maken van een goede basisregelgeving die zorgt voor een degelijk kader waarin gelijke spelregels gelden, maar dat tegelijk van ondernemen geen papierwinkel maakt. Dit soort ‘sobere’ wetgeving is ook meer tijdloos, zodat in de meeste gevallen innovaties naadloos kunnen aansluiten op de regelgeving.
In het geval van Uber bijvoorbeeld is het toch te gek dat de wetgever oplegt dat de regering bepaalt hoe het schriftelijk formulier er moet uitzien wanneer een klant een Uberchauffeur engageert? Of de regel dat je overeenkomst met die Uberchauffeur dan minstens 3 uur moet duren? Aanpassen, evolueren, dat is het antwoord. Niet terugplooien naar een tijdperk dat niet meer terug komt.

Meegaan met onze (digitale) tijd is immers één van de sleutels tot het omgaan met de economische impasse waar we ons vandaag nog steeds in bevinden.
Teruggaan naar de ‘gilden en hanzen’, naar protectionisme van sectoren, is handelen uit angst. En angst is zelden een goede raadgever! Anders Fogh Rasmussen, secretaris-general van de NAVO,  verwittigde ons daar reeds voor: “Europe should stick to an open economy, to competition and we should refuse protectionism. It will not save one single job in the long run to protect non-competitive industries.”
Mensen angst aanjagen en zeggen dat bepaalde sectoren ‘beschermd moeten worden om jobs te behouden is een belediging van de veerkracht van die sectoren. Kijk naar de telefonie. Mocht de markt afgeschermd zijn voor gsm’s dan belden we nog steeds alleen maar met een vaste telefoonlijn. Nu zijn gsm en vaste lijn complementair, net zoals taxi en Uber dat kunnen zijn. Bovendien werken er vandaag veel meer mensen in de telecom dan vroeger bij die ene PTT. Het openstellen van markten creëert meer jobs.

Albert Einstein had het immers vorige eeuw reeds bij het juiste eind: “Alles dat werkelijk groots en inspirerend is, is gecreëerd door een individu dat kon werken in vrijheid.”